Wat is er mogelijk? Alles. We hebben ervaring met webteksten, columnseries en eenmalige columns, zowel in inkt als digitaal. We schreven eerder cursiefjes voor kinderen, voor studenten en voor volwassenen in regionale en gespecialiseerde media.
Wat is er mogelijk? Alles. We hebben ervaring met webteksten, columnseries en eenmalige columns, zowel in inkt als digitaal. We schreven eerder cursiefjes voor kinderen, voor studenten en voor volwassenen in regionale en gespecialiseerde media.

Wat? Columns Schrijven (in Antwerpen én in Gent), Portretterend Interview (in Leuven), Schrijven voor internet (in Leuven), Eindredactie voor beroepsschrijvers (in Vilvoorde).
Wanneer? In het voorjaar: Eindredactie is 7 donderdagavonden in januari en februari. Portretterend Interview is 3 zaterdagen in maart en april. Schrijven voor internet is 5 maandagavonden in maart. Columns Schrijven in Antwerpen is 5 zaterdagnamiddagen in mei en juni. En in Gent is deze cursus op 5 donderdagavonden in maart en april.
Door wie? Maartje Luif in opdracht van Wisper, de SchrijversAcademie en de Miles Academy.
Voor wie? De cursussen van Wisper en de SchrijversAcademie zijn voor iedereen. De cursus Eindredactie is alleen voor beroepsschrijvers en studenten die in een schrijvend beroep willen stappen.
Meer informatie?
Voor extra informatie over Columns Schrijven in Antwerpen kunt u op de website van de SchrijversAcademie terecht.
Meer toelichting op de cursussen Portretterend Interview, Schrijven Voor Internet en Columns Schrijven in Gent kunt u kijken op de website van Wisper.
En informatie over de cursus Eindredactie bij de Miles Academy vindt u op deze website.

Mocht u ons ook willen inhuren voor een cursus, kijk dan op de te huur-pagina. Daar staan de adresgegevens en er is meer informatie te vinden over onze specialiteiten.

Wat? Drie artikelen voor APPeL, waaronder ‘n column.
Wanneer? Voorjaar 2009.
Waar gaan de artikelen over? Een artikel over Mood Food en de zin en onzin van alweer een voedselhype, een artikel over Een dag uit het leven van een synestheet (dat stuk kunt ook hier lezen) en de column hieronder (na de foto).
Verder nog nieuws? Ja, binnenkort gaat Het Eiland Neus (Maartje Luif) de eindredactie van APPeL doen.

Vrouwen, het waren er al zoveel en het worden er alleen maar meer. Vorig jaar waren van de 510 ingestroomde studenten op de faculteit voor Psychologie en Pedagogische Wetenschappen er nog bijna 80 van het mannelijk geslacht. Dit jaar verstevigden de vrouwen hun hegemonie (482 op 543 inschrijvingen) en zakten de mannen verder af naar een schamele 61 stuks. Het is oneerlijk verdeeld in de wereld.
Mijn gedachten gingen bij het zien van deze cijfers terug naar de oertijd, de tijd dat mijn familie en ik nog te vinden waren bij de J van jagers en de V van verzamelaars. De tijd dat alle vrouwen een bochel hadden van het hangen boven de grond, op zoek naar zaadjes en nootjes. De tijd dat mijn lief op zijn borst roffelend naar de uitgang van de grot holde, met zijn maten op weg naar een zelfgeschoten buffel.
Ik herinner me nog goed dat het toen al begon, dat geanalyseer van elkaars gedragingen en elkaars leerprocessen. Wij vrouwen, hangend boven de grond, onze kinderen vermanend en intussen roddelend over elkáárs kinderen en mannen. Over hoe het allemaal beter moest, met de wereld, met de heren, met de kinderen. En dat we dan in de einder starend wat over onze bochel wreven en de mannen luid vervloekten.
Onze mannen die als ze thuiskwamen in de grot de lompheid zelve waren. Die hun bloedende trofee door de living sleepten, er geen acht op sloegen dat de kinderen sliepen; mannen waarmee niet te praten viel.
En als ik dan het bloed voor het haardvuur wegboende, kwam mijn lief met zijn verweer: hij praatte nu eenmaal nooit, de beesten zouden zich uit de voeten maken als hij en zijn maten te veel babbelden, en of ik wel eens had geprobeerd 28 kilometer naar huis te lopen met een karkas op mijn rug, want dan zou ik het wel begrijpen. Als je dan bij thuiskomst uitgeput je speer en je knots in de hoek kunt zetten, ja dan heb je dus helemaal geen zin in dat gezever aan je hoofd.
En ik, die wel van een steak poivre hield, vergaf het hem. Miljoenen jaren lang vergaf ik het hem, onderwijl wroetend in de grond - en pratend; altijd maar pratend. Met iedereen die het maar wilde horen, over iedereen die ik kende. Daarmee mijn en onze voorsprong vergrotend.
Tot nu, anno 2009. Nu zitten we met de gebakken peren. Geen mannen op de faculteit, omdat wij zo nodig een biefstukje wilden. Dus als we er nog iets aan willen veranderen, nemen we onze verantwoordelijkheid: dan worden we vegetariër.
Huur ons in, neem ons aan. We schrijven in opdracht, vlug, vaardig en altijd gedegen. neem contact met ons op via de te huur-pagina

Wat? Na Zezunja in Onmin en de Zoenen van Zezunja, ga ik bij VPRO’s Café De Liefde verder met De Liefde vs. Zezunja.
Wanneer? Wekelijks schrijf ik een column over de liefde.
Waar? www.cafedeliefde.nl
Waarom? In elke relatie zit een wereld aan verhalen.
Wat is Café De Liefde? Café De Liefde is een VPRO-televisieprogramma met een soort community op internet. In het programma tasten de makers het terrein van de liefde af en op internet gaan de discussies, mijmeringen en kunstuitingen verder.

Het Eiland Neus schrijft columns over alles - en over de liefde. Wilt u Zezunja? Maartje Luif? Wannes Daemen? Of een ander jolig pseudoniem? Dat kan. Neem contact met ons op via de te huur-pagina

Wat? Een cursus Columns Schrijven op de SchrijversAcademie in Antwerpen.
Wat houdt ‘t in? Gedurende vijf zaterdagen buigen we ons over het idee, de inhoud, de vorm, de stijl en de taal van de column. We lezen, schrijven en herschrijven totdat het goed is.
Wanneer? Vijf zaterdagnamiddagen van twee tot half vijf.
Waar? SchrijversAcademie, Sint Jacobsmarkt, Antwerpen.
Inschrijven? Meer informatie vindt u hier.
Het Eiland Neus laat zich inhuren om cursussen te geven voor bedrijven, scholen en cursusorganisaties. Bent u zo’n organisatie? Kijk dan eens op onze te huur-pagina.

Wat? Een cursus Columns Schrijven van vijf bijeenkomsten.
Waar? Bij de SchrijversAcademie in Antwerpen.
Wanneer? Vijf zaterdagen, te weten: 6, 13, 20, 27 september en 4 oktober 2008.
Voor wie? Voor iedereen die wil leren columns schrijven - liefhebbers én professionals.
Inschrijven? Voor informatie over inschrijvingen kunt u terecht op de website van de SchrijversAcademie.
Wat gaan we doen? Vingeroefeningen en vier columns schrijven.
Het Eiland Neus biedt cursussen en workshops op locatie en aan de keukentafel. We geven incompanytrainingen en privéles, maar we schuiven ook aan bij onderwijsinstellingen. Voor het volledige cursusaanbod van Het Eiland Neus kunt u hier terecht. Voor overleg over een op maat gesneden cursus kunt u contact opnemen via de te huur-pagina. Voor meer informatie over onze cursussen voor de SchrijversAcademie kunt u hier kijken.

Wat? Kleine stukjes over zoenen
Wie? Voor de gelegenheid hebben we Zezoenja ingeschakeld.
Waar? www.cafedeliefde.nl
Wanneer? Elke week.
Waarom? De VPRO is okee en over zoenen kan ik eindeloos mijmeren.
Er was er eentje waarbij de schaamte overheerste. Die kwam ik tegen op straat. Ik was lazarus. Hij deed me denken aan de zanger van The Shorts. Dat maakte de schaamte niet minder. We kenden elkaar vijf minuten. We zoenden. Daarna liep ik verder met blosjes op mijn wangen. Ik schaamde me om de passie die ik voelde voor een jongen van wie ik de naam niet eens wist.
En er was nog een ander geval. Door hem hou ik hier dit passionele pleidooi voor De Vluchtige Zoen. Het was een Pool met een hoge hoed in Marseille, die me op een terrasje kwam vergezellen vlak voordat de trein vertrok. We praatten met handen en voeten en hij miste een tand. Maar hij was charmant en hij had iets magisch. We kenden elkaar net zestig minuten toen mijn trein fluitend wegreed. Er volgde een hartstochtelijk afscheid met een lange zoen, veel ik-mis-jes en wapperende zakdoeken uit het treinraam. Ik had geen adres of telefoonnummer, maar wel een gevoel van groot gemis. Het was de oerversie van de vluchtige zoen.
Ik heb tijden van hevige zoensletterij gekend, maar omdat dat zo intens verdorven klinkt, hou ik het liever op liefde voor de vluchtige zoen. De vluchtige zoen is voorbehouden aan mensen die je niet kent. De vluchtige zoen doet je altijd een beetje denken aan het woord zoensletterij en daarmee is het de verboden vrucht onder de zoenen.
Veel mensen zullen nooit in hun leven beginnen aan enige vorm van vluchtig zoenen. Bacteriën, moraal, relatietrouw: er zijn tal van redenen denkbaar waarom de vluchtige zoen aan sommigen van ons voorbij gaat. Maar hoewel ze het zullen ontkennen, hebben veel aan smetvrees lijdende moraalridders bakken vol ervaring. Schoolfeestjes, studentenleven, vakantievriendjes, het leven zit vol vluchtige zoenen. Ontkennen is zinloos.
Het fijne van de vluchtige zoen is dat alle hormonen die je maar kunt bedenken een deuntje meefluiten. Het is een bizarre mengeling van angst (is deze man die ik pas een half uur ken misschien een gestoorde gek die me de rest van mijn leven gaat stalken?), geilheid (vreemde lippen, vreemde geuren, vreemde smaken, alles vreemd) en schaamte (damn, wat ben ik gemakkelijk te versieren). Die cocktail van lichaamseigen drugs maakt de vluchtige zoen tot een geestverruimend middel van heb-ik-jou-daar.
Mijn pleidooi mag duidelijk zijn. Rest mij enkel nog te waarschuwen voor Lloret de Mar-achtige praktijken. De cocktail werkt namelijk niet zonder een angsthormoon. En elke avond negen vreemde mannen aflebberen is het terrein van de onverschrokkenen. Of om het in een paradox te zeggen: de vluchtige zoen moet wel exclusief blijven.
Meedoen aan de zoenestafette? Schrijf een stukje over ‘de vluchtige zoen’ en laat in de reacties weten dat je meedoet. Volgende week: de prille zoen.
Dit stukje verscheen op 23 mei 2008 op VPRO’s Café De Liefde.
Het Eiland Neus schrijft stukjes. Serieuze stukjes, mooie stukjes en grappige stukjes. Voor elk gewenst stukje kunt u contact opnemen via de te huur-pagina.

Wat? Een column voor APPeL, een tijdschrift voor alumni van de faculteit psychologie en pedagogie van de KU Leuven.
Wanneer? In november 2007.
Www? Jawel, hier is de column en hier zijn de andere artikelen die ik voor APPeL schreef.
U kent hem wel: de verstrooide professor. Erudiet, eloquent en gevierd, maar ook ietwat morsig, een beetje wereldvreemd en onhandig. Soms wekt hij de schijn van zelfverwaarlozing en vertoont hij minachting voor aardse zaken, maar iedereen vindt hem vriendelijk, de verstrooide professor. De stad Leuven is zo’n professor. Alles in Leuven ademt belezenheid en welbespraaktheid. De gevels, de straten, de kasseien: een boekenkast vol geschiedenis en ideeën. Maar hela! Zit daar niet een vlek op zijn mouw? En poetst hij zijn tanden wel?
Leuven is zo’n professor van wie men zich afvraagt of hij getrouwd is. Is er iemand die met een liefdevolle aai ‘s ochtends zijn revers afklopt en misprijzend de combinatie groene broek en rood overhemd aanschouwt? Is er iemand die hem behoedt voor overmatige drankconsumptie? Of iemand die de poetsvrouw opdracht geeft zijn talloze boekenkasten af te stoffen? Ja, dus. In Leuven is het Louis Tobback die de jarenlange bestiering van de echtelijke sponde bekroond zag met een koperen bruiloftsfeest. Uit de riolen van Leuven komt de minachting voor aardse zaken omhoog, bovengronds probeert Tobback te verhinderen dat iemand dat doorheeft.
Maar net als bij de verstrooide professor voel je dat het de hand van een ander is die de stad toonbaar maakt. Dat het een ander is die de stofjes van zijn mouw klopt. Leuven zou zijn stropdas vermoedelijk vergeten. Leuven is de stad bij wie de slip van zijn gestreken overhemd uit zijn broek hangt. Zijn vrouw had het zo goed bedoeld toen ze het streek, maar zelf heeft hij er geen oog voor.
En zo moet het ook zijn. Mevrouw de professor mag hem uiteraard behoeden voor al te grote uitglijders op het gebied van aardse zaken als uiterlijk voorkomen en lichaamsgeur, maar u moet er toch niet aan denken dat onze verstrooide professor ineens met een Porsche de campus op komt rijden. Nee, de verstrooide professor hoort op de fiets te komen, met een slingerend spatbord nog wel. Liefst door de regen. Met een walm van pijptabak om zich heen. En hij hoort een tic te hebben; een eigenaardige eigenschap die hij niet kan bedwingen. Het is immers een verstrooide professor.
Vrouwen die camera’s ophangen op alle pleinen van de stad om later met een ferme veeg dat ene stofje van zijn pak te kloppen, kunnen beter een CEO aan de haak slaan, of iemand uit de security. Van de verstrooide professor moeten ze afblijven, die doet het veel beter mét die vlek op zijn mouw.
Het Eiland Neus is op afroep beschikbaar voor een mooie column over een onderwerp naar keuze. Wij doen het graag en vlug, tegen elk aannemelijk bod. Voor meer informatie of een concreet verzoek kunt u terecht op onze te huur-pagina.

Wat? Een stukje dat verscheen bij het Niet Lief Collectief.
Wanneer? Op 6 november 2007.
Waar? Op nietlief.com (r.i.p). U kunt de hele Niet Lief Collectie vinden op zezunja.nl.
Pardon? Het Niet Lief Collectief was een estafetteweblog van zes dertigers met schrijfdrift. Het collectief is sinds het voorjaar van 2008 ter ziele.
Lieve NietLiefjes,
De rituelen voorafgaande aan een eerste date zijn tijdrovend, gestuurd door bijgeloof en ingegeven door een ongezond soort zelfbewustzijn. Mijn opdracht voor deze week is: beschrijf de gewoonten, rituelen en oppeppers die horen bij jouw voorbereiding op een spannende avond of nacht.
Ik zal van wal steken.
Het eerste tijdperk is De Puberangst.
De tijd van: waar zit mijn babyvet? Kan ik dat weghalen? En: waar heeft mijn vader zijn scheermes gelaten? Het is de tijd dat ik zelf nog geen scheermesjes heb, maar wel weet dat ik mijn benen moet scheren. Het is de tijd dat ik het oogpotlood van mijn zus leen, waardoor ik een ontstoken oog krijg, want oogpotloden uitwisselen is taboe. De tijd dat ik oorbellen van een vriendinnetje leen, waardoor ik ontstoken gaatjes krijg, want oorbellen uitwisselen is eveneens taboe. De tijd dat ik me afvraag of mijn borsten wel groot genoeg zijn.
Het tweede tijdperk is De Vrijgezelliteit.
Gewiekst ben ik. Altijd voorbereid op elke denkbare ontwikkeling die een nacht te bieden heeft. Logeergerei in de binnenzak van mijn motorjack, het juiste ondergoed aan en wolkjes parfum op verborgen plaatsen. Niet weten waar ik tegen het ochtendgloren zal zijn, maar stiekem hopen dat het niet thuis is. Thuis waar het op de avond zelf zindert als in de kleedkamer van een theater, met dozen schmink en een spektakel in het vooruitzicht, maar waar ’s nachts bij thuiskomst de feestroes is teruggebracht tot een spoor van kleren op de vloer die zijn gesneuveld in het ik-heb-niks-om-aan-te-trekken-proces.
Het derde tijdperk is La Nonchalance.
‘Ik ben niet op zoek’. Steeds maar weer zeggen dat ik niet op zoek ben. Dat het vanzelf moet komen. En dat het komt als het komt. En anders niet. Maar intussen voorafgaand aan elk feestje een motiefje scheren, m’n tong poetsen en een bh aantrekken die geen al te grote teleurstelling veroorzaakt als-ie eenmaal uit moet. De leugen moet zo dicht mogelijk bij de waarheid blijven. ‘Ik ben niet op zoek.’
Het vierde tijdperk is Het Poldermodel.
Het grote nadeel van een onenightstand is mijns inziens dat je onvoorbereid een engel in bed moet zijn. Terwijl ik in een relatie babbelenderwijs eindeloos veel encyclopedische kennis over de voorkeur van mijn verloofde opdoe. Door onbewust dagelijks te polderen, weet ik precies welke combinatie van stoer en charmant het meest aan hem besteed is. Wat ik al bijeen polderde: een hoodie, wilde haren, een pijpjesonderbroek, de rockabillycoupe.
Het vijfde tijdperk is Het Origamitijdperk.
Dan ken ik mezelf dus nèt hè. Dus ik wéét dat ik de rest van mijn leven blauwgelakte teennagels wil en dat baggy trousers ook heel sexy kunnen zijn, en dan komt daar ineens een rímpel tevoorschijn! Onder mijn oog. En in mijn voorhoofd. En in de hoekjes van m’n oog. En verdomme! In mijn frons! Dat is het moment dat ik alle zeilen moet bijzetten om mezelf opnieuw te leren kennen. Het moment van de goede voornemens: 1. niet meer mijn wenkbrauw optrekken, want dat is als een steen in een vijver: één wenkbrauw leidt tot een golfbeweging op mijn voorhoofd. 2. altijd checken of er geen make-up is achtergebleven in die richel onder mijn oog, want dat is meestal wel het geval. En 3: ik moet me erbij neerleggen dat er een periode van plooien en vouwen volgt, een periode van waakzaamheid en origami.
Het is al laat.
Het Eiland Neus schrijft columns op verzoek. We laten ons niet afschrikken door beperkingen, we zullen altijd streven naar originaliteit en schoonheid en we hebben er waanzinnig veel zin in. Voor meer informatie, bestellingen of een verzoek om inzage in andere columns, kunt u terecht op onze te huur-pagina.

Wat? Een columnesk verslag over het bezoek van Ronald Giphart aan de bibliotheek in Roosendaal.
Waar? Brabants Nieuwsblad (nu: BN/De Stem).
Wanneer? In een ver verleden. Het stukje verscheen op 1 juni 1996.
“Ik had één grote wens: ooit nog eens in Roosendaal te mogen voorlezen”, begint Ronald Giphart (30) uitdagend. En dat is ook wat het achtentwintigkoppige publiek van hem wenst: voorlezen. De schrijver van het bestverkochte debuut van 1992 kan zijn ei kwijt tijdens de literaire avond in de openbare bibliotheek in Roosendaal. “Zijn er nog vragen?” Stilte. “Zal ik dan nog maar een stukje voorlezen?”
Eind 1995 kon de lezing van de Utrechtse Generatie Nix-schrijver niet doorgaan, omdat hij ziek was. Eergisteravond mocht Giphart het goedmaken, maar daar moest hij wel wat voor doen. “Ik zal beginnen met een stukje uit mijn debuut. Noem een paginanummer tussen 1 en 176″, gebiedt de schrijver. Stilte. “Stugge mensen, die Roosendalers”, probeert hij. Niemand reageert.
‘Een vlotte schrijver’ wordt Giphart wel genoemd. En aan de snelheid van vertellen ontbreekt inderdaad niets. In rap tempo leest hij voor. ‘Ik ook van jou’ is de titel van zijn eerste boek en alles wat god verboden heeft wordt ongegeneerd over het publiek uitgestort.
Of het daaraan ligt of aan het razende tempo waarmee hij het grove verhaal vertelt, is niet duidelijk, maar bij elke vraag die Giphart rechtstreeks aan het publiek richt, kijken de toehoorders hem en elkaar verschrikt aan. “Is Roosendaal een leuk dorp? Uh… stad”, probeert Giphart. Het publiek zwijgt. “Leven jullie wel?”, vraagt hij zich af.
Hij besluit verder te lezen en zo nu en dan komt er zowaar wat gegrinnik uit de zaal. Het publiek raakt gewend aan de venijnige schrijfstijl en de openhartige manier waarop hij de tekortkomingen van zijn personages uit de doeken doet. Af en toe stopt hij even met lezen, dan vertelt hij een anekdote. Al vertellend over de rosse buurt in Utrecht komt hij bij de vraag: “Heeft Roosendaal een links of een rechts stadsbestuur?” Niemand antwoordt. Hij kijkt nog eens rond. “Niet bekend”, concludeert hij.
Pas als Giphart vraagt of hij iets zal voorlezen uit zijn nieuwste boek, ‘Phileine zegt sorry’, dat in november uitkomt, reageren de luisteraars.
Na zijn slotverhaal verklapt hij hoeveel hij krijgt voor deze literaire avond: 750 gulden. “Dat is makkelijk verdiend”, roept iemand, die zich waarschijnlijk niet realiseert dat de schrijver hard heeft moeten ploeteren voor welgeteld vier vragen en deze reactie.
Het Eiland Neus trekt eropuit en doet verslag op eigen wijze. Voor gerichte verzoeken, overleg of een offerteaanvraag kunt u terecht op onze te huur-pagina.

Wie? Protteke, een digitale bijna-Nederbelg.
Wat? Een columpje op een weblog.
Wanneer? 9 november 2005.
Beste mijnheer van de Harol,
Mijn toekomstige land is bang. Bang voor veel, zo niet voor alles. Banger dan mijn huidige land. Ik vraag mij af of u daar, met uw rolluikentoko, de hand in heeft gehad. Of u de angst misschien sponsort, zodat nóg meer mensen zich ’s avonds met een ruk aan een touwtje in hun fort kunnen terugtrekken.
De mens wordt geregeerd door angst en u slaat daar een slaatje uit. De gemiddelde Belg wordt geregeerd door immens veel angst en dat levert u goud geld op. Dat mag best hoor, teren we immers niet allemaal op de angst van een ander? Maar toch, het moet wel even gezegd. Een mens zonder vrees is de dood in de pot voor ondernemers als u. En mens met een flinke dosis levensechte angst is een gouden toekomst.
Mijn gouden toekomst speelt zich af in een wereld vol rolluiken. Ik vind dat onaangenaam. Ik vind een wereld zonder ramen een dode wereld en dat is waar ík bang voor ben: dode werelden.
In Nederland doet men niet aan rolluiken. Dat heeft velerlei oorzaken. Zo schijnen wij iets exhibitionistisch te hebben. Want hoewel we niet aan rolluiken doen, doen we wel aan gordijnen, maar het valt buitenlanders vaak op dat zoveel mensen die openlaten. We zijn pas iets als anderen ons zien, dat is de Nederlander in hart en nieren.
Ook heeft de Nederlander begrepen dat veiligheid twee kanten op werkt. Als binnen en buiten niks meer met elkaar te maken hebben, wordt het vooral buiten een stuk onveiliger. En dat is wat ik, wandelend door een Vlaams straatbeeld bij nacht, ook ervaar. Niemand die ziet of merkt wat er op straat gebeurt. Niemand die mij helpt als het nodig is.
Tot slot beseft de Nederlander dat licht dat van binnen naar buiten schijnt essentieel is voor het veiligheidsgevoel op straat. Winkeliers in de Kalverstraat, onze duurste straat op het Monopoly-bord, hebben op een zeker moment gezamenlijk besloten doorzichtige rolluiken te plaatsen, waardoor het etelagelicht ’s nachts op straat schijnt. De Kalverstraat by night was namelijk een no go-area voordien.
Dat is ook het grote verschil tussen gordijnen en rolluiken. Vaag schijnsel dat door de gordijnen op straat valt, geeft je het gevoel dat er iemand is. Dat er mensen wonen. Dat je niet alleen bent.
In België ben je wel alleen op straat en dat komt door u. Op de een of andere manier is de anti-rolluiklogica, zoals hierboven beschreven, aan uw land voorbij gegaan. En ik verdenk u ervan daaraan bijgedragen te hebben. Hoe kan de Belg anders zo dolenthousiast zijn over een rotuitvinding als het rolluik? Elf miljoen inwoners met een miskoop voor de ramen. Hoe ga ik ooit zó integreren dat ik dat begrijp?
Misschien kunt u het mij uitleggen, mijnheer van de Harol. Sponsort u misschien Het Laatste Nieuws, de krant van bang België? Of het Vlaams Belang, de partij van angst en beven? Stopt u veel geld in het aanwakkeren van de angst en blijkt u een natuurtalent daarin? Vertel op, hoe heeft u die schrootjes van schijnveiligheid het Vlaamse straatbeeld ingeloodst?
In afwachting van een verhelderend antwoord, groet ik u.
Protteke
Dit stukje verscheen op 9 november 2005 op protteke.punt.nl.
Het Eiland Neus schrijft columns waar nodig. Voor meer informatie kunt u terecht op onze te huur-pagina.

Wie? Zezunja (aka Maartje Luif).
Wat? Zezunja’s Zotisch Weblog is een lifelog dat regelmatig wordt bijgewerkt met stukjes, foto’s, linkdumps en columns.
Waar? Op http://zezunja.nl.
Wanneer? Van 2003 tot heden.
Waarom? Voor de lol. Quote myself: ‘Omdat schrijven voor je werk net zoiets is als lezen voor je eindexamen: als je niet oppast, is het niet leuk meer. Zezunja.nl biedt de mogelijkheid om te freewheelen en dat maakt gelukkig.’
Wapenfeiten? Met Merel Roze en Geen Stijl bij de Dutch Bloggies 2006 in de topdrie van Best Geschreven weblogs staan.
Een voorbeeldje? Vooruit dan maar. Lees onder het plaatje verder. Of lees op de plaats delict De moeder van Paul, De drollen van Sloefke of De Engelsman, de Wildebras en de Goede Vriend.

Eerst is er het nieuwe begin, met grote toekomstdromen. En alles wat niet is, dat kan gelukkig nog komen. Dingen hoeven niet meteen, niet gelijk, niet nu, want een nieuw begin is al zwaar genoeg. Mensen vragen of het meevalt, of je blij bent en of het goed gaat.
Je geeft jezelf vrij van muizenissen, omdat je niet te veel mag verwachten van een gloednieuw begin. Je vraagt jezelf tijd, geduld en uithoudingsvermogen. Zonder haast, zonder houvast, zonder vaderland en zonder moedertaal. Je dwingt jezelf te focussen op wat je wilt, niet op wat je kunt, niet op wat je moet of op wat hard nodig is.
Op wat je wilt, daar gaat het om. Nu. Dít is het moment. Geen omweg, geen uitstel, geen vertraging. Geen reden om je te laten knevelen in het hier en nu. Geen hypotheek of hondenbaan, geen hobby’s of harde noten. Niemand die op je wacht, alles kan, niks moet, morgen weer een dag.
De handen vrij voor het hier en nu. Het lijkt zo mooi, maar wat als het fout gaat? Dan is het je eigen schuld. Dan heb je het aan jezelf te danken. Dan mag je je afvragen wat ervoor nodig is om te doen wat je wilt. Hoe vaak moet een mens opnieuw beginnen om daar te komen waar-ie wil zijn?
Je staat er niet bij stil, maar ineens is het over. Het begin. Voorbij. Niemand die nog vraagt hoe het je vergaat. Nergens die coulance van de eerste paar maanden. Zelfs in je eigen hoofd lijken stramienen te ontstaan die de suggestie wekken dat je ongemerkt opnieuw bent begonnen. Je hebt geen flauw idee waaraan.
Was dat wat je wilde? Je vraagt het je af. De neiging is groot om op de rem te gaan staan en te roepen: ‘Hela! Mag ik nog éven opnieuw beginnen? Ik begreep het allemaal nog niet zo goed, maar nu wel hoor. Nu wel.’ Maar dat kan niet. Je hebt je kans gehad.
Dus je zult je moeten vermannen. Redden wat er te redden valt. De losse eindjes oprapen die leiden naar waar je wilt wezen. De andere losse eindjes laten liggen in de hoop dat ze afsterven. Je begint immers niet met je eindpunt en ook omwegen leiden soms naar prachtig uitzicht.
En dan bedenk je dàt wat je rustig maakt. Waardoor je weet dat nog niks verloren is. Je kunt nog winnen. De volle mep. Je kunt nog alles worden wat je wilt. Want na het nieuwe begin komt het nieuwe ‘en verder’.
Dit stukje verscheen op 12 februari 2007 op zezunja.nl
Het Eiland Neus logt web in opdracht. We bedenken in overleg een concept, we regelen een domeinnaam, de hosting, de vormgeving en de inhoud - tenzij u ons slechts een deel van die werkzaamheden wilt laten doen. U vraagt, wij draaien. Als u dat wenst op dagelijkse basis. Voor een voorzetje, een goed idee of een offerte kunt u contact opnemen via de te huur-pagina

Wat? Een cursus van vijf bijeenkomsten in februari en maart 2008.
Waar? De SchrijversAcademie in Antwerpen.
Wanneer? Vanaf 23 februari vijf zaterdagnamiddagen van 14:00 tot 16:30 uur.
Hoe? Een praktische cursus over het meest grillige genre in de media: de column. We zullen stilstaan bij het doel van de column, het idee, de inhoud, de vorm en de stijl. Door veel te oefenen leert de cursist doelgericht brainstormen, spitse ideeën bedenken, een passende vorm kiezen bij de inhoud én schaven aan taal en stijl.
Het Eiland Neus biedt cursussen en workshops op locatie en aan de keukentafel. We geven les voor onderwijsinstellingen, incompanytrainingen en privéles. Voor het volledige cursusaanbod van Het Eiland Neus kunt u hier terecht. Voor overleg over een op maat gesneden cursus kunt u contact opnemen via de te huur-pagina. Voor meer informatie over onze cursussen voor de SchrijversAcademie kunt u hier kijken.

Wie? Zotteke verscheen met een column in het tijdschrift Bubbels.
Wat? Bubbels was een initiatief van het Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling Forum, in samenwerking met het Redactielokaal
En toen? Werd het project afgeblazen. Zotteke stierf een zachte dood.
Het Eiland Neus schrijft columns voor elke doelgroep, binnen elke gewenste tijdsspanne, over alle mogelijke thema’s. Voor meer informatie, offertes of overleg: zie onze te huur-pagina.

Wat? Een columnserie over internet.
Waar? In Hkwadraat, het maandblad van de Hogeschool Haarlem (nu: Inholland).
Wanneer? Ik schreef de reeks in 2000 en 2001. Onderstaande column verscheen in april 2001.
Concreet? Ik besprak websites die studenten en docenten van de Hogeschool Haarlem zelf maakten en de sites die ze vaak bezochten.
En? Het was kommer en kwel destijds, de meeste hobbyisten maakten wanstaltige websites en de favoriete websites van de hogeschoolbevolking waren over het algemeen zeer des lullo’s. De column bestond dus uit een maandelijkse portie misprijzen.
Stiekeme dingen doen op internet is verdomd lastig. Zonder dat de surfer het doorheeft, verzamelt de computer tijdelijke internetbestanden, opgehaalde plaatjes en zogenaamde cookies (dat zijn oormerken die met name commerciële sites aan je harde schijf klikken, zodat ze je later weer herkennen). Je internetbrowser gedraagt zich als het ware als een spion die allerlei bedrijven stante pede op de hoogte stelt van jouw doen en laten.
Ook op de campus zijn deze spionnen geïnfiltreerd. Slimmeriken weten natuurlijk van het bestaan van het spionagenetwerk, dus die wissen keurig alle bestanden die niet door de beugel kunnen. Maar in het computerlokaal op de academie voor Werk en Welzijn kent kennelijk niet iedereen het fenomeen ‘logbestanden’. Waardoor anderen kunnen zien dat iemand heeft geprobeerd via de zoekmachine www.sextracker.com pornosites naar keuze te bekijken. Van ’stiekem’ is in dat lokaal sowieso geen sprake: alle beeldschermen staan richting het publiek.
Op een andere computer heeft iemand de site www.manhood.com aangedaan. Een link op die pagina leidt naar www.teenlivefucking.com. Onderaan de pagina staat keurig dat die link slechts om advertentieredenen op de site staat. Een beetje doorzichtig voor een pagina die de naam ‘mannelijkheid’ draagt. Daarbij is het de enige link op een volkomen witte pagina.
Kortom: seks op school. het moet niet gekker worden.
Ik vind het namelijk al gek dat studenten zich en plein public laten zien op, pak ‘m beet, sites als www.debusop6.nl, www.big-brother.nl of www.star-maker.nl. Als je al iemand wegstemt, dan doe je dat toch met de gordijnen dicht, de deur op slot en een deken over je hoofd? Maar de logfiles zitten vol met sporen van studenten die hun gang naar de stembus van John de Mol zonder schroom aan hun medestudenten laten zien.
En zelfs het over het beeld laten rollen van allerlei in geslachtsgemeenschap verkerende organismen is dus tegenwoordig hartstikke normaal in de klas. Kijk, en dan kan ik dus niet anders dan me voorstellen in welke situatie de sites zijn opgeroepen. Zat er een pukkelig jongetje met steeds roder wordende oortjes muisstil in een rustig computerlokaal of stond er een groepje studenten giechelend om zo’n scherm? Je weet het niet.
Het lachen zal ze in elk geval snel vergaan zijn. Want stiekem kijken en snel wegklikken is niet aan de orde bij de aanbieders van rauw vlees. Roep een pornosite op en de enige uitweg is: hard hollend het web verlaten via de aan- en uitknop van je computer. Geen volk totalitairder dan de sitebouwers van de rosse buurt op internet. Allereerst is er altijd sprake van koppelverkoop. Klik een link aan en je scherm wordt in enkele seconden volgebouwd met subschermpjes. De ene pagina biedt nog hetere waar dan de andere en ieder kruisje dat je aanklikt, wordt afgestraft met weer een nieuwe stapel seks-popups. Een vriend vertelde mij dat bij het laden van zo’n subsite eerst de opdracht wordt gegeven weer nieuwe sites te openen. Tegen de tijd dat jij het scherm sluit, is het nieuwe commando allang weer de deur uit. Bovendien is vaak ingebouwd dat je niet meer terug kunt naar de vorige pagina via de terug-knop.
Tsja, en dat lijkt mij dus een onoverkomelijk probleem als er ieder moment een docent achter je kan staan om te vragen waar je werkstuk blijft. Zo’n vent kijkt dan, in het beste geval, recht in de zaadvragende ogen van een uit siliconen opgebouwde teen met peroxidehaar. In het slechtste geval kijkt hij natuurlijk recht in haar…
Nee, dan maakt de student die www.stlukeproductions.com bezocht ongetwijfeld een betere indruk. De docent zal over diens schouder in de vrome ogen van Moeder Theresa of Johannes de Doper blikken.
En dan zingen we in koor: Halleluja! Logfiles zijn leuk.
Het Eiland Neus is gespecialiseerd in columns, nieuwe media en alles wat met jeugdcultuur te maken heeft. Bel, mail of telepatheer. Voor gegevens en frequenties kunt u terecht op de te huur-pagina.
