Het Eiland Neus

Een achtergrondverhaal
over de Noordzee

02/06/2008 | Maartje | print

Wat? Een achtergrondverhaal over de fauna in de Noordzee, maar bovenal: de bedreiging daarvan.
Waar? Dit artikel verscheen in HN Magazine.
Wanneer? Op 25 juli 1998.
Waarom? We maakten een themanummer over de zee.

Door de mazen van het net

Uitputtingsverschijnselen in de Noordzee

door Maartje Luif

Milieu-organisaties en onderzoeksinstituten trekken aan de bel: als we de Noordzee niet beschermen tegen de visserij, overleven alleen de vissen en zeedieren die zich snel voortplanten.

Voor de Tweede Wereldoorlog gingen talloze gezinnen ’s zondags naar het strand van Scheveningen en Den Helder om te kijken naar passerende dolfijnen en bruinvissen. Ook waren grote delen van de Noordzeebodem bedekt met oesterbanken. Maar de Noordzee verandert. Tegenwoordig is het een unicum wanneer we een dolfijn of bruinvis signaleren en de oesters maken zware tijden door. Klimaatveranderingen, vervuiling en eutrofiëring van het zeewater (overmatige algengroei, waardoor een zuurstoftekort ontstaat) leken altijd de belangrijkste factoren die daar invloed op hebben. Maar het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) concludeert nu - na een uitgebreide studie in samenwerking met elf Europese instituten - dat vooral de visserij een belangrijke rol speelt bij de afname van de biodiversiteit in de Noordzee.

Door de technologische ontwikkeling van scheepsmotoren, navigatieapparatuur en vistuigen werd de visserij de afgelopen honderd jaar intensiever. Waar vissers vroeger grote delen van de zee niet aandeden door gevaar voor scheepswrakken en rotsen, kunnen ze nu tot aan al die obstakels varen, omdat de meeste vissers inmiddels moderne sonarapparatuur aan boord hehben. Geen plek blijft daardoor onberoerd.

De ontwikkeling van effectief vistuig draagt dus bij aan de verandering in samenstelling van de Noordzeefauna. Maar een ander belangrijk gegeven is dat met elke kilo marktwaardige vis, één tot twee kilo onverkoopbare vis wordt gevangen of gedood.

Ideale omstandigheden

Want de Noordzee is een van de visrijkste zeeën ter wereld en zodoende aantrekkelijk gebied voor vissers uit alle omringende landen. Daardoor verdwijnt maar liefst drie miljoen ton vis, éénderde van de totale hoeveelheid, jaarlijks in de netten van de Noordzee-vissers.

De Noordzee kan echter veel meer vissoorten voortbrengen dan nu het geval is. Door de verbinding met de Atlantische oceaan en de Oostzee wordt het Noordzeewater elke twee jaar met oceaanwater ververst. Bovendien zorgen rivieren zoals de Rijn, de Maas, de Theems en de Elbe voor toevoer van zoet water. De voedingsstoffen die meekomen met het rivierwater en de geringe diepte van de Noordzee vormen de ideale omstandigheden voor een breed scala aan vissen. En toch bestaat 80 procent van het visbestand uit slechts elf soorten. Veelal is dat commerciële vis zoals schol, schelvis, kabeljauw, haring, tong en makreel. Voor de overige 20 procent, waaronder roggen en haaien, geldt: proberen te overleven op de druk bevaren en overbeviste Noordzee.

De Nederlandse vloot valt in twee soorten visserij uiteen. Enerzijds zijn er de boomkorvissers die met hun Europese collega’s met meterslange sleepnetten de zuidelijke helft van de Noordzee minstens één à twee keer per jaar omploegen. Anderzijds zijn er de grote trawlers die met enorme netten hele scholen haring en makreel tegelijk vangen. Beide soorten visserij zijn debet aan massale vissterfte en de vernietiging van het leven op de zeebodem.

Vermorzeld door kettingen

Het onderzoek van het NIOZ naar de verstoring van ecosystemen op de Noordzeebodem wijst uit dat - met name door de boomkorvisserij - bodemvissen, krabben en kreeften plaatsmaken voor wormen en steviger organismen zoals zeesterren. Het aantal soorten neemt af. Han Lindeboom van het NIOZ legt uit: ‘Boomkorvissers vangen met name tong en schol, dat zijn bodemvissen. Een manier om die vissen in de netten te jagen, is het gebruik van wekkerkettingen. Deze zware kettingen schrapen een laag van de bodem af, waardoor de vissen uit het zand omhoog komen. Een groot aantal andere bodemdieren overleeft de aanraking met de kettingen niet.’

De cijfers uit het onderzoeksrapport liegen er niet om: van de krabben, zeesterren, wormen en kreeften sterft 10 tot 60 procent na het voorbijgaan van een boomkorvisser. Kleine schelpen zijn over het algemeen nog kwetsbaarder, daarvan wordt 30 tot 80 procent vermorzeld door de kettingen.

Maar ook veel vissen die niet geschikt zijn voor handel, zoals haaien en roggen, zijn het slachtoffer van de wekkerkettingen. Zij verschuilen zich in de bodem en zetten daar hun eieren vast. Door de kettingen raken ze gewond, of ze worden samen met de tong en de schol omhooggehaald. Roggen vermenigvuldigen zich pas als ze een jaar of zeven zijn en het aantal eieren dat zij per jaar leggen is miniem: ongeveer honderd (ter vergelijking: de schol legt er 300.000 per jaar). De kans op voortplanting wordt dus alsmaar kleiner.

Het zijn uiteindelijk vooral wormachtige organismen die zich herstellen. Ze planten zich snel voort en door de sterfte van andere dieren in en op de bodem hebben de wormen alle ruimte zich opnieuw te ontwikkelen. En ook hierdoor heeft de schol een voorsprong op de rog. Want: hoe meer wormen, hoe meer tong en schol, aangezien dat hun voedsel is. De boomkorvissers krijgen dus als het ware een beloning voor de verstoring die ze veroorzaken.

Niet alleen de wormen en aaseters, maar ook ‘nutteloze’ dieren zoals zeesterren gedijen goed in de omgeploegde Noordzee. Zeesterren blijken een onwaarschijnlijk revalidatievermogen aan de dag te leggen; wanneer zij door een dreun van de kettingen een poot verliezen, groeit die binnen de kortste keren weer aan.

Uitputtingsverschijnselen

Ondanks het welvaren van deze dieren kampt de Noordzee met uitputtingsverschijnselen. De overbevissing verstoort het leefklimaat voor alle schakels van de voedselketen. Ook het aantal inheemse zoogdieren, zoals bruinvissen, dolfijnen en zeehonden, slinkt gestaag. Door overbevissing, vooral van haring, is het voedselaanbod steeds beperkter. Per jaar raken naar schatting zevenduizend bruinvissen verstrikt in de netten langs de kust van Denemarken. Doordat de mens en deze zoogdieren - beiden aan de top van de voedselketen - dezelfde soorten vis vangen, is er sprake van concurrentie. Moordende concurrentie zelfs. Vissers protesteerden jarenlang tegen de bescherming van een aantal zeezoogdieren. De haring en kabeljauw werden duurder, omdat er minder gevangen werd door de aanwezigheid van walvisachtigen, bruinvissen en zeehonden.

‘Overbevissing is een wereldwijd probleem’, vertelt NIOZ-onderzoeker Lindeboom. ‘De meeste landen kennen de theorie wel, alleen de oplossingen blijken moeilijk in praktijk te brengen. Strenge regelgeving voor de boomkorvisserij ontbreekt bijvoorbeeld nog steeds. De vissector van de Noordzee valt onder het mandaat van Brussel, dus alle maatregelen moeten in Europees verband genomen worden. De lobby van de vissector is een van de redenen waarom dat zo lang op zich laat wachten.’

Ter bescherming van de visstand dringt Brussel aan op sanering van de vloot, zodat er minder schepen en minder netten zijn. Volgens Just van den Broek van Greenpeace kan dezelfde hoeveelheid vis gevangen worden door de helft van het aantal vissersschepen. ‘Dat heeft te maken met het quotum. Omdat de hoeveelheid vis die een visser mag vangen aan banden is gelegd, vangen de meeste schepen maar een deel van wat ze zouden kunnen binnenhalen. Wanneer je met de helft van de schepen op volle kracht zou vissen, kun je net zoveel vangen. Maar in Nederland ligt dat gevoelig. De vloot is vorig jaar zestien procent minder gesaneerd dan volgens Europese richtlijnen had gemoeten. Dan kom je op het sociaal-economische terrein, dan verdwijnen er banen. De vissers zijn als het ware de laatste ‘vrije’ jongens in Nederland. Die sluiten moeilijk compromissen.’

Geen maatregelen

Op de laatste conferentie van de ministers van milieu en visserij van de Europese Unie konden de nationale ministers geen bindende afspraken maken. De ministers kwamen met elkaar overeen dat ze ‘de bevoegde autoriteiten uitnodigen de volgende zaken in overweging te nemen’. Dan volgt een rij zinnige maatregelen: met spoed zoeken naar effectieve methoden om het overboord gooien van vis en andere organismen te minimaliseren, maatregelen nemen met betrekking tot de minimum maaswijdte van netten, het instellen van tijdelijk of permanent gesloten gebieden om zo jonge vissen en schaal- en schelpdieren te beschermen, en er moeten herstelprogramma ’s komen voor overbeviste soorten.
Die ‘bevoegde autoriteiten’ hebben tot op heden geen maatregelen afgekondigd.

Lindeboom heeft er weinig vertrouwen in dat de oplossingen die er zijn, ook uitgevoerd worden. Het vissen met lange haken en aas zou een alternatief kunnen zijn voor boomkorvisserij. ‘Maar zulke methoden zijn veel arbeidsintensiever en daardoor duurder.’ Het instellen van gesloten gebieden is een groot succes in Australië en Nieuw-Zeeland. ‘Dat heeft echter alleen zin als een groot gebied wordt afgesloten, en daar is in Europa veel verzet tegen.’ Ook Greenpeace-woordvoerder Van den Broek denkt dat het nog lang duurt voordat er wetgeving is waardoor de situatie verbetert. ‘Om te voorkomen dat de vissers veel onbruikbare bijvangst hebben, kunnen ze de mazen van de netten vergroten. Maar dat willen ze niet omdat ze dan ook de kleinere wél-verkoopbare vis mislopen.’ Volgens een persbericht van Greenpeace zoeken Nederlandse vissers ‘nu de Noordzee geen goed belegde boterham meer oplevert’, hun heil in de visgronden voor de kust van West-Afrika. ‘Met onze vloot verhuist nu ook het probleem van de overbevissing.’ Blijft de vraag of dat voor de Noordzee niet te laat is.

Lees voor meer info het bericht bij dit verhaal

Reageer