Het Eiland Neus

Achtergrondverhaal
over kindersoftware

11/06/2008 | Maartje | print

journalistiek

Wat? Een achtergrondverhaal.
Waar? In CTW, een vakblad voor de softwaredetailhandel.
Wanneer? In 1999.
Waarover? Over edutainment.

Educatieve markt voor
kleintjes moet groter

door Maartje Luif

Geen enkele markt op het gebied van software groeit zo hard als de educatieve softwaremarkt voor kinderen. Geen wonder, want scholen werken pas relatief kort met computers en ook in de meeste huishoudens staat pas sinds een jaar of tien een fatsoenlijke pc. Daar valt dus voldoende terrein te winnen. Maar ondanks die groeiende afzetmarkt is de industrie zoekende: wie zijn de kopers? Ouders, kinderen of scholen? En hoe zorg je dat kinderen het leuk gaan vinden om te leren? En ook niet onbelangrijk: hoe verdien je voldoende geld met leerzame software? Een duik in edutainment, de digitale bijles, lokalisatieproblemen, geldgebrek en de kip-en-ei-theorie.

De uitgever die zich op het educatieve terrein stort, heeft het niet makkelijk. Scholen hebben gebrek aan geld, ouders zijn vaak onbekend met educatieve software en de werkelijke doelgroep, het kind, heeft niet meer dan een paar gulden zakgeld per week.

Maar er liggen meer obstakels op de weg van software-uitgevers. De productie van cd-roms is vaak te duur. Het kleine Nederlandse taalgebied maakt het zelden de moeite waard een buitenlandse educatieve titel te lokaliseren. En om dezelfde reden loont het ook niet om een eigen titel te ontwikkelen.

Toch moeten uitgevers daaraan geloven, vooral omdat educatieve software uit het buitenland niet zonder meer vertaald kan worden. Denk bijvoorbeeld aan taalprogramma’s. Engelstalige cd-roms zullen kinderen de opdracht geven drieletterwoorden in te tikken bij plaatjes van een hond of een mier. Als je deze cd-roms simpelweg zou vertalen, heeft het Nederlandstalige kind een probleem: het ziet een mier, maar toch staan er maar drie puntjes waarop het kind het woord moet invullen. ‘Ant’ dus. En hoe het kind de hersens ook pijnigt, het krijgt het niet voor elkaar een drieletterwoord voor het plaatje te bedenken. Dus moeten ook de graphics aangepast worden. Zodoende kan slechts een enkele uitgever het zich veroorloven te investeren in puur leerzame software.

Het Amerikaanse bedrijf The Learning Company waarvan het Nederlandse TLC Domus deel uitmaakt, houdt al bij het ontwikkelen rekening met lokalisatie in andere landen. De programma’s die het bedrijf ontwikkelt, zijn zo gemaakt dat lokalisatie geen probleem hoeft te zijn.

Andere uitgevers kiezen voor ‘edutainment’; titels die eerder leuk zijn dan educatief, zoals onder meer Ubi Soft. In de hoop een groter publiek te bereiken met kinderidolen zoals die in Star Wars of het arm- en beenloze kereltje Rayman delven de schools aandoende reken- en taaloefeningen het onderspit. Meeliftend op de hype van de nieuwste Star Wars-film komt binnenkort Droïdworks op de Nederlandse markt.

Nieuwste van het nieuwste

Marcel Keij van Ubi Soft geeft toe dat deze titel wel erg veel weg heeft van een spel. ‘Maar je moet leren ecosystemen in evenwicht te houden. Op welke plek zit zo’n Star Wars-monster in de voedselketen, bijvoorbeeld. En hoeveel eieren legt hij? Daar leer je ook wat van.’ Volgens Keij is de uitgave van educatieve cd-roms onontbeerlijk, aangezien ze een veel stabielere verkoop hebben dan games. ‘De levenscyclus van games is zeer kort, je hebt te maken met hoge pieken en diepe dalen. Het kan zijn dat een spel na twee maanden de helft minder verkoopt. Educatieve cd-roms worden altijd wel verkocht. Bij dergelijke software gaat het er namelijk niet om dat je het nieuwste van het nieuwste hebt.’

Een serie die al wat educatiever aandoet, is de reeks van 25 ‘eduroms’ die A.W. Bruna het afgelopen jaar uitbracht. Toch vallen de eduroms volgens Heleen Sluijs van A.W. Bruna niet onder het kopje educatieve software. ‘Het is oefenstof. Het is niet zo dat kinderen iets kunnen leren wat ze niet al op school of van hun ouders hebben geleerd. Wij noemen het digitale bijles.’ Een aantal oefeningen doet denken aan het ouderwetse stampwerk, bijvoorbeeld het opdreunen van tafels. Bovendien is bij de eduroms geen sprake van publiekstrekkers in de vorm van tekenfilmfiguren of iets dergelijks. ‘Er is kennelijk vraag naar deze vorm van werken met de computer’, aldus Sluijs, die niet geheel zonder trots vertelt dat de verkoopcijfers binnen één jaar de tweehonderdduizend zijn gepasseerd.

Dat is andere koek dan de titels die TLC Domus uitgeeft. ‘Wij geven nooit exacte cijfers’, vertelt Maarten Luiken, woordvoerder van TLC Domus. ‘De verkoop verschilt sterk per titel, maar we verkopen er minimaal 5000 per titel. Er zijn er echter ook waar je meer dan 10.000 stuks van verkoopt.’ Volgens Luiken groeit het aantal verkochte educatieve cd-roms nog steeds. Maar er is een grens aan de groei, denkt hij. Luiken legt ook de nadruk op de scholenmarkt. ‘Ik noem het een kip-en-ei-probleem. De branche heeft geen geld om te investeren in educatieve software voor scholen en zal dat ook nooit krijgen als de scholenmarkt niet groter wordt, maar die markt wordt niet groter als er geen aanbod is en er geen geld in wordt geïnvesteerd. Het ontwikkeien van educatieve software is nu eenmaal erg kostbaar.’

Met andere woorden: uitgevers hebben er niet genoeg vertrouwen in dat ze hun centen ooit terugzien. De vraag is waarom die scholenmarkt nu nog zo klein is. Er zijn voldoende basisscholen in Nederland die met computers werken. Luiken: ‘Maar basisscholen in Nederland hebben geen cent te makken. En de overheid ondersteunt ze onvoldoende.’ Maar ook de onderwijzers moeten bij wijze van spreken heropgevoed worden. ‘Als zij niet de drang voelen om met software te werken, gebeurt dat ook niet. En dan komen we weer bij het kip-en-ei-verhaal. Zolang er geen vraag is, kunnen uitgevers niet investeren in bijvoorbeeid begeleiding van leraren.’

Sluijs van A.W. Bruna ziet dat probleem niet. ‘We brengen binnenkort een reeks softwaretitels uit, speciaal voor de basisschool.’ Heeft A.W. Bruna dan wel vertrouwen in de markt? ‘Wij hebben vertrouwen in onze producten’, constateert Sluijs.

Leuke beestjes

Ondanks Luikens kip-en-ei-probleem geeft ook The Learning Company verschillende Nederlandstalige educatieve cd-roms uit, vooral gericht op de thuismarkt. Een van de titels is de Robbie Konijn-serie, een serie educatieve cd-roms bedoeld voor de allerkleinsten tot en met de hoogste klassen van de basisschool. Voordeel van Robbie Konijn als gastheer is dat niet alleen ouders en onderwijzers hun oog zullen laten vallen op de titel, het spreekt ook de kinderen aan, door al die leuke beestjes. Volgens Luiken is dat ook de bedoeling. ‘We passen de figuren aan naarmate de doelgroep ouder is. Bij cd-roms voor kleine kinderen hebben we wollige, ronde figuurtjes. Hoe ouder de kinderen zijn, hoe stoerder de figuurtjes worden. Leerlingen uit de hoogste klassen van de basisschool worden al niet meer rondgeleid door diertjes, maar door menselijke figuren. Dat is de leeftijd dat kinderen diertjes te kinderachtig vinden.’

Omdat het basisonderwijs een belangrijke markt zou kunnen zijn voor educatieve kindersoftware is de overheid indirect een belangrijke afnemer. Na lang talmen heeft de huidige Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Loek Hermans, het budget van scholen voor educatieve software opgeschroefd. Tenminste dat is het plan, de Tweede Kamer moet het nog goedkeuren. Met zo’n 25 miljoen gulden (ruim 450 miljoen Bfr) voor zowel het basis- als het voortgezet onderwijs moet de informatie- en communicatietechnologie in het onderwijs integreren. Voor veertig gulden (730 Bfr) per leerling wil de overheid kinderen ‘zelfstandig’ en, ‘in eigen tempo’ laten leren.

Terecht merkt het ministerie zelf al op dat educatieve software bijdraagt aan ‘betere beschikbaarheid’: met het ernstige lerarentekort als een molensteen om de hals van de overheid zijn computers nu een uitkomst.

Honderd van de ruim achtduizend basisscholen hadden al voldoende computers met redelijke capaciteit; de zogenaamde voorhoedescholen. Zij kregen al jaren meer geld dan de anderen. Maar veel scholen moeten het nog steeds doen met een armzalige 286-er achter in de klas. En daarop kan de meest actuele programmatuur soms niet gedraaid worden, omdat er bijvoorbeeld geen cd-rom drive in zit.

Het bezwaar van uitgevers dat de Nederlandse overheid het onderwijs onvoldoende ondersteunt, wuift Brenda Fidder, woordvoerster van het Ministerie van OC&W weg. ‘Het bedrag was tot nu toe wel toereikend. Wij zeggen altijd: het is sober maar doelmatig.’

Niet gortdroog

Ook in België probeert de overheid het gebruik van computers in het onderwijs te stimuleren. Hier is geen sprake van voorhoedescholen. De Belgische overheid wil dat scholen in 2002 één computer per tien leerlingen hebben. Uit onderzoek in België naar het gebruik van educatieve software bij het leren van een vreemde taal, blijkt dat een kwart van de leerlingen in het basisonderwijs hierbij gebruik maakt van software. Ook blijkt dat kinderen op school in aanraking komen met de software, maar die vervolgens thuis gebruiken. Hierdoor lopen de wat minder welgestelde kinderen sneller een achterstand op. Mede daarom wil de Belgische overheid het gebruik van educatieve software op school bevorderen.

Met een klant die plotseling 25 miljoen (450 miljoen Bfr) wil gaan besteden, hebben natuurlijk vooral de al op die markt actieve uitgeverijen geluk: de educatieve boeken-uitgevers. Neem uitgeverij Malmberg. Door het contact dat deze uitgeverij al jarenlang met basisscholen onderhoudt, is een deal een stuk sneller gesloten. Via dezelfde distributiekanalen als die ze gebruikt voor haar schoolboeken, brengt ze de educatieve programma’s aan de man.

Een andere voorsprong is dat de educatieve programma’s aansluiten bij de onderwijsmethode die de scholen gebruiken. Met alle ervaring die de uitgever heeft met de ontwikkeling van onderwijsmethoden voldoet de software wellicht sneller aan de eisen die scholen stellen aan het lesmateriaal. Toch betekent dat volgens Ronald Philipsen van Malmberg niet dat deze software gortdroog is. ‘Kinderen zijn thuis mooie graphics gewend, dat willen ze ook op school.’ Philipsen is optimistisch over de toekomst. Malmberg sluit contracten met scholen voor vijf jaar, en is zo verzekerd van een afzetmarkt. Philipsen: ‘We hebben concurrentie van de andere educatieve uitgevers als Zwijsen, Wolters-Noordhoff en Meulenhoff. De niet-educatieve uitgevers zien we niet als directe concurrent, omdat wij software maken die aansluit bij lesmethodes en zij niet.’

Malmberg rekent erop dat scholen meer moderne multimedia pc’s ter beschikking krijgen. Daarvoor zal het Ministerie met geld over de brug moeten komen. ‘Die plannen moeten nog naar de Tweede Kamer, maar we hopen dat het budget omhoog gaat.’

21 miljoen Nederlandstaligen

Verschillende Nederlandse (schoolboek-)uitgevers hebben in samenwerking met Belgische partners een cd-rom uitgegeven met een overzicht van wat er aan educatieve software beschikbaar is voor bijvoorbeeld basisscholen. Zo’n veertig titels in deze catalogus zijn Vlaams en ruim honderd zijn van Nederlandse makelij. Volgens Jan De Craemer, coördinator van het ICT-onderwijs in Vlaanderen op het ministerie van Onderwijs, is die samenwerking nodig. ‘Er wonen ruim 21 miljoen Nederlandstaligen in België en Nederland. Dat is geen kleine markt als je dat bijvoorbeeld vergelijkt met het Finse of Zweedse taalgebied. Om die markt volledig te bereiken is samenwerking nodig.’

Maar wat de overheid ook investeert, voor de detaillisten maakt dat weinig uit. Zij richten zich over het algemeen op ouders en kinderen, en zullen weinig merken van de extra injectie in het onderwijs. De meeste verkopers van software houden zich op de vlakte. ‘Wij doen geen uitspraken naar de media over de verkoop van onze producten’, meldt een woordvoerder van speelgoedketen Bart Smit. Bij Intertoys spreken ze van een zogenaamde ‘concernpolitiek’: geen mededelingen aan de pers. Ook Dynabyte neemt niet de moeite een beeld te geven van de verkoop van educatieve cd-roms. Alleen Joep Petersen van Dixons wil wel iets vertellen over de verkoop. ‘Cijfers kan ik je ook niet geven. Wel kan ik zeggen dat de wat speelsere titels beter verkopen dan de 1+1=2-titels’. Vreemd, want dit is volkomen in tegenspraak met de mededeling van A.W. Bruna dat de simpele eduroms als warme broodjes over de toonbank vliegen.

Addo Stuur, de ontwikkelaar van de eduroms van A.W.Bruna, staat zelf af en toe nog versteld van het succes van zijn cd-roms. ‘Het is gek, maar juist die rechttoe rechtaan methode spreekt kinderen kennelijk erg aan.’ Volgens Stuur is een belangrijk voordeel van de eduroms dat ze scholen niet voor de voeten lopen. ‘Wij brengen een aanvulling op wat kinderen op school leren en proberen te voorkomen dat de methode slecht aansluit bij hoe de kinderen les krijgen. Daarom kiezen we er in sommige gevallen voor om géén uitleg te geven, zodat er geen verwarring kan ontstaan over gebruikte termen.’ Een andere reden voor het succes is volgens Stuur dat de eduroms voor beperkte leeftijdscategorieën zijn. ‘Je ziet wel eens educatieve cd-roms voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Dat vind ik onbegrijpelijk. Het kan toch niet zo zijn dat een kind van vier op hetzelfde niveau taal- en rekensommen doet als een kind van twaalf? Op onze verpakking staat heel duidelijk voor welke leeftijdsgroep de software bedoeld is. En het niveau klopt dan ook.’

Varkentjes optellen

Het klinkt allemaal logisch en doordacht, maar volgens Ineke Krul, moeder van Vivian (5) ‘vergeet’ diezelfde Addo Stuur die niveautheorie als hij op de verpakking meldt dat de Nijntje-edurom geschikt is voor kinderen vanaf twee jaar. ‘Welk kind van twee kan al varkentjes bij elkaar optellen? Dat kan ze nu ze vijf is pas.’

Stuur zelf vindt niet dat hij het principe verloochent. ‘Ik zwicht niet voor de verleiding van bekende figuurtjes. Het is een eer om met Nijntje en Dick Bruna te werken. De Nijntjes zijn ontwikkeld voor kinderen vanaf twee jaar. Een kind van twee jaar kan inderdaad geen varkentjes bij elkaar optellen, maar er zijn meerdere onderdelen in de betreffende titel en slechts één onderdeel op het hoogste niveau heeft zoiets als varkentjes bij elkaar optellen. Het unieke van de software is dat een kind van twee er op zijn of haar niveau gebruik van kan maken en de software aanpasbaar is aan het ontwikkelingsniveau van het kind.’

Ook de vader van Wouter (6), Arjen Florijn, vindt het belangrijk dat de software aansluit bij het niveau van zijn zoon. ‘Ik koop wel eens een titel waarvan ik denk dat hij er over een jaar iets mee kan. Maar wanneer hij het eenmaal heeft gezien op de computer, wil hij het ook gelijk kunnen. Hij wordt dan erg gefrustreerd als hij het nog niet kan.’ Florijn houdt niet van de A.W. Bruna eduroms. ‘Wouter is er zo op uitgekeken.’ Hij koopt liever bij ramsj-boekhandels afgeprijsde en vertaalde buitenlandse titels, waarbij het probleem van de lokalisatie weer opduikt. ‘Er zitten soms wel wat rare dingen in. Bijvoorbeeld de serie ‘Thinking things’ kent een onderdeel ‘Wat zie je in het bos?’. Daar komen wasbeertjes in voor. Dat is natuurlijk een beetje raar in Nederland. Maar aan de andere kant maakt het niets uit, want welke dieren heeft hij in Nederland nou eigenlijk echt gezien in het bos?’

Florijn wil nog één ding opmerken over kindersoftware. ‘Kinderen leren niet dat er zoiets bestaat als computer-hygiëne. Al die programma’s zijn ‘full-proof’; kinderen kunnen overal op drukken en er kan niets fout gaan. Daardoor realiseren ze zich niet dat ze dat niet altijd kunnen doen als de computer aanstaat. Zo heb ik laatst alles opnieuw moeten installeren.’

Maar dat enthousiasme voor computers is juist een zegen voor software-uitgevers. Ineke Krul: ‘Vivian vraagt uit zichzelf of ze achter de computer mag.’ En daarmee moeten uitgevers, ontwikkelaars, overheid, scholen en ouders hun voordeel doen: kinderen vinden alles wat met de computer te maken heeft fantastisch. Aan de vraag ligt het dus niet, nu alleen het aanbod nog.

Lees voor meer info het bericht bij dit verhaal

Reageer