Wat? Een reportage over Technika 10, een stichting die kennis van en liefde voor techniek bij meisjes wil bevorderen.
Waar? Dit artikel verscheen in 0/25, een vakblad voor iedereen die werkt met jeugd of jongeren.
Wanneer? In december 1999.
‘Mijn moeder is ook niet technisch’
Technika 10 geeft meisjes les in ‘jongensdingen’
door Maartje Luif
Technika 10 wil met cursussen jonge meisjes vertrouwd maken met techniek. Jaarlijks leren zo’n zesduizend meiden spelenderwijs allerhande ‘jongensdingen’. Helaas zijn de resultaten op de arbeidsmarkt nog niet waarneembaar. ‘Ze nemen techniek na een cursus bij ons in ieder geval mee in hun beroepskeuze, ook al kiezen ze het uiteindelijk niet.’
‘Ik heb nog geen stripper’, gilt de 9-jarige Sammy door het kleine hok dat dienst doet als klaslokaal. Naast haar zet leeftijdgenootje Simone behendig met een schroevendraaier een snoertje aan een fitting. Daarmee legt ze de laatste hand aan haar ‘basisstation’: een plankje met een batterij, draadjes en een lampje.
Het is kwart voor vier en twaalf leerlingen van de Amsterdamse basisschool De Driemaster, allen meisjes, zijn bezig met het vervaardigen van een deurmat-alarm. Een dubbelgevouwen kartonnetje met aluminiumfolie dat je onder de deurmat moet leggen en via twee draadjes moet verbinden met een lampje. Een deurmat-alarm voor de slaapkamerdeur, en Sammy en Simone weten zeker dat voortaan niemand meer ongemerkt hun kamer binnenkomt.
Al vier weken komen deze meiden iedere donderdagmiddag anderhalf uur samen om de fijne kneepjes van elektrotechniek te leren. De school biedt activiteiten aan in het kader van de verlengde schooldag. Een daarvan, de technische club voor meisjes, is in handen van Technika 10.
In meer dan honderd plaatsen geven Technika 10-clubs jaarlijks allerlei cursussen aan meisjes tussen 8 en 12 jaar. Het aanbod loopt uiteen van hout- en metaalbewerking, elektra en fietsen maken tot internet, computerkunde en fotografie.
Sinds de oprichting van de eerste Technika 10 in 1986 is het aantal activiteiten zo gegroeid dat jaarlijks ruim zesduizend meisjes via de stichting aan techniek snuffelen. Omdat er ook vraag was naar activiteiten voor oudere meisjes, zijn in verschillende steden activiteiten ontwikkeld voor meisjes tot en met 15 jaar.
‘Ik vraag die dingen altijd aan mijn vader’
De clubs verschillen in opzet. In grote steden zijn de Technika 10’s groter, met meer getrainde leidsters en meer deelnemers. Ze werken vaak samen met instellingen, zoals buurthuizen, speeltuinen en basisscholen. In sommige dorpen daarentegen organiseert een handvol vrijwilligers onder de naam Technika 10 af en toe wat activiteiten.
Aan de hand van werktekeningen wordt het de meiden duidelijk hoe ze het deurmat-alarm moeten maken. Ze zijn enthousiast en werken in hoog tempo. In negentig minuten moeten ze het in elkaar hebben gezet. Twaalf meiden, twaalf striptangen, twaalf kniptangen, twaalf scharen, twee leidsters en twee werkbanken. Het lokaaltje is vol. Toch heerst er orde in de chaos. De meisjes is van tevoren verteld dat ze niet van plaats mogen wisselen. Al kwebbelend verzamelen ze hun materialen, om vervolgens uiterst geconcentreerd klodders lijm over het karton uit te smeren. Ze helpen en corrigeren elkaar en scheppen op over hun vorderingen.
De groep die ‘elektra’ volgt op De Driemaster is een kleurrijke afspiegeling van de multiculturele bevolking van Banne Buiksloot in Amsterdam-Noord. Ze zitten in groep 6 en lopen op donderdagmiddag op sokken en sloffen van hun leslokaal naar het kamertje waar Technika 10 ze ontvangt. Voor een paar meiden is het niet de eerste keer dat ze met techniek in aanraking komen. Op school werkten ze al eens met elektra. Toen fabriceerden ze een stad met elektrciteit, en een knikkerbaan. ‘Maar dat was anders’, vertelt Nagesty (9), ‘want daar waren jongens bij.’ Ze bijt op haar lip, terwijl haar vingers met een schaar de aluminiumfolie bewerken.
Nagesty realiseert zich niet dat het geen toeval is dat de meisjes onder elkaar zijn. Ook de begeleiding van de meisjes is in handen van vrouwen, als lichtend voorbeeld. Deze vrouwen worden door Technika 10 getraind in didactiek en techniek. Het merendeel van de vrouwen heeft of al ervaring in techniek of in het onderwijs. Het eerste jaar draaien ze mee met iemand met meer ervaring, ze werken dan op vrijwillige basis. Later is het mogelijk om freelancer te worden.
‘Doe jij het maar’
De stichting wil bij jonge meisjes een positieve houding tegenover techniek opwekken. Ook moeten meisjes zelfredzamer en zelfverzekerder worden als het aan de stichting ligt. Ten slotte wil ze meisjes technische vaardigheden en inzichten aanleren. Volgens coördinator Pia van Hijfte van Technika 10 in Amsterdam zijn die doelen alleen bereikbaar als de cursussen strikt voor meisjes blijven. ‘Meisjes zeggen tegen elkaar niet zo snel: ‘Doe jij het maar’. Als er jongens bij zijn, gebeurt zoiets sneller. Ook heb je binnen de kortste keren meer jongens dan meisjes in de groep. Bovendien is onze didactiek totaal gericht op meisjes. Die specifiek op meisjes ontwikkelde spelletjes en opdrachten, en de vormgeving van het lesmateriaal, daar zitten jongens in veel gevallen helemaal niet op te wachten.’ Volgens Brenda Jonker, Technika 10-leidster op De Driemaster, hebben jongens ook een andere werkhouding. ‘Die hebben vaak een air van ‘Dat kan ik al, dat heb ik al eens gedaan’.’
Nagesty zou het helemaal niet erg vinden als er ook jongens op Technika 10 zouden zitten. ‘Het is toch ook voor hen leuk?’, zegt ze. Maar Sammy beaamt dat als er een jongen in de buurt is, ze de technische klusjes toch liever aan hem overlaat. ‘Het zijn jongensdingen. Bij ons thuis wel. Ik vraag die dingen altijd aan mijn vader. Die heeft een technisch beroep. Met computers en zo.’
Iets voor jongens
Het stereotype dat zich kennelijk al op jonge leeftijd in een patroon vastzet, moet worden voorkomen, vindt Van Hijfte. ‘We zijn ooit begonnen met alleen groep 7 en 8. Maar hoe eerder je begint, hoe eerder je ondervangt dat techniek iets voor jongens wordt en blijft. In groep 5 en 6 staan ze nog heel open voor alles.’
Twee onderzoeken tonen aan dat het effect van Technika 10 beperkt is. Zowel een Rotterdams onderzoek uit 1997 als een rapport van het sco-Kohnstamm Instituut stelt vast dat Technika 10 vooral deelnemers trekt die al een positieve houding hebben tegenover techniek; in ieder geval positiever dan die van niet-deelnemers. De meeste meisjes doen niet langer dan een jaar mee aan Technika 10-activiteiten. De oudere meisjes in het voortgezet onderwijs doen meestal eindexamen in één of meer exacte vakken, maar ze kiezen niet voor een technisch beroep. Dat geldt ook voor deelnemende meisjes die in het beroepsonderwijs terechtkomen. Zij kiezen voor een verzorgende of dienstverlenende richting.
Directeur Jennie Westendorp van het Landelijk Steunpunt Technika 10 in Utrecht denkt dat de manier waarop technische opleidingen en beroepen georganiseerd zijn, veel meisjes weerhoudt van die richtingen. Westendorp: ‘Maar een positievere houding is al een hele stap. Ze betrekken hun ervaring met techniek wel in hun keuze, ook al kiezen ze het uiteindelijk niet.’
Stewardess of juf
‘Ik wil stewardess worden’, roept Lilya terwijl ze aan de draadjes van het deurmat-alarm peutert. Het alarm lijkt af, maar doet het nog niet. ‘Ik schoonheidsspecialiste’, schreeuwt Sammy daarop. ‘En ikke juf, of doctorandus’, krijst Maurina daar weer overheen. Allen kijken glazig bij de suggestie dat een technisch beroep ook een mogelijkheid is. ‘Mijn moeder is ook niet technisch.’ En daarmee doet Sammy de zaak af.
Inmiddels is aluminiumfolieschaarste opgetreden. De meiden bedelen kleine stukjes bij elkaar, die ze vervolgens secuur als een puzzel opplakken. De tijd dringt en nog niet alle alarmen zijn af.
Beperkt materiaal door een beperkt budget. De lokale Technika 10’s werven hun eigen fondsen. Omdat gereedschap en materiaal kostbaar zijn, is Technika 10 een prijzige aangelegenheid. De stichting in Amsterdam kan maar net het hoofd boven water houden. Ze werkt samen met vijftien scholen en geeft zo’n dertig cursussen per jaar. Ook heeft ze activiteiten voor verjaardagspartijtjes. Coördinator Van Hijfte: ‘Dat gaat nog niet zo hard. Maar ook daarvoor zijn de kosten van het materiaal een probleem. In het begin was er veel samenwerking met buurtcentra. Omdat na verloop van tijd werd bezuinigd op buurtwerk en welzijnswerk was Technika 10 niet meer te betalen. We vonden aansluiting bij basisscholen op het moment dat die begonnen met de verlengde schooldag, om jongeren te activeren en hun prestaties te verhogen. Het was een toevallige samenloop van omstandigheden: zij zochten activiteiten voor de leerlingen, daar kwam dus geld vrij. En wij moesten onze prijs verhogen, omdat de subsidies lager werden. We zijn duur in vergelijking met andere verlengde-schooldagactiviteiten; minimaal 20 gulden per meisje per keer. Maar het enthousiasme is groot. We overleven wel. Op projectbasis krijgen we subsidie en we werven zelf fondsen.’
Weinig sponsoring
In het land werken verschillende Technika 10-clubs met sponsors. Die worden dan genoemd in de folder of het jaarverslag. In Amsterdam gebeurt er nog erg weinig op dat gebied. ‘We hebben wel zonnepaneeltjes gekregen van het energiebedrijf.’ vertelt Van Hijfte. ‘Dan willen ze dat je ze ergens noemt. We pakken dat niet groot aan. Niet dat die kinderen ineens allemaal een t-shirt van de sponsor aanmoeten.’
Toch zou Van Hijfte meer geld kunnen gebruiken. Vooral omdat ze leidsters altijd maar moet aanspreken op hun altruïsme. ‘Het zou mooi zijn als we ze iets meer kunnen bieden. Meer waardering in de vorm van geld, in plaats van altijd maar te verwachten dat iedereen gratis komt opdraven. Dan is het ook gemakkelijker ze iets te vragen.’
De overheid heeft de afgelopen jaren tussen de 400 en 450 duizend gulden per jaar bijgedragen aan het Landelijk Steunpunt. Dat gaf het geld onder meer uit aan deskundigheidsbevordering van leidsters en allerlei lesmateriaal. Westendorp: ‘Het komende jaar wordt dat een fifty-fifty-deal. Wij moeten bronnen aanboren en de overheid verdubbelt dat bedrag.’ Wanneer Technika 10 weinig geld genereert, hoeft de overheid ook weinig bij te leggen.
Kies exact
Toch lijkt Den Haag begaan met Technika 10. In het kader van het Actieplan Vrouwen & Techniek uit 1994 werd de stichting genoemd. In vier jaar tijd moest het aantal vrouwen in technische beroepen met zevenduizend per jaar stijgen, wat niet is gelukt. Maar Technika 10 hield er wel extra subsidie aan over. En ook nu, nu het ministerie van Economische Zaken de subsidie in feite terugschroeft, blijft Den Haag lonken naar Technika 10. Op verschillende ministeries gonst de naam van de stichting. Westendorp: ‘We worden vaak genoemd, maar dat betaalt zich lang niet altijd in klinkende munt uit.’ Ook Van Hijfte verzucht dat belangstelling alleen niet voldoende is. ‘Iedereen heeft zijn mond vol over vrouwen en techniek, maar niemand komt met voldoende geld over de brug.’
Misschien zijn de Haagse pioniers geschrokken van de resultaten van de landelijke ‘Kies exact’-campagne. Ruim twee miljoen gulden stopte het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen eind jaren tachtig in deze campagne, die meisjes moest verleiden exacte vakken te kiezen voor hun eindexamen. De doelgroep veranderde niet van gedrag; de houding ten opzichte van exacte vakken werd wel positiever. Vergelijkbaar dus met het resultaat dat Technika 10 bereikt. Van Hijfte ziet een mogelijkheid in de nieuwe communicatietechnologie. ‘Werken met computers leidt vaak tot subsidie, misschien dat we ons daar nog meer op moeten richten. Tot nu toe was er weinig belangstelling voor. Scholen waren vaak niet voldoende uitgerust om iets dergelijks aan te bieden en wij hadden niet voldoende vrouwen om daar cursussen in te geven. Maar dat is snel aan het veranderen.’
Inmiddels zijn er al cursussen en is er de Meisjes Internet Club. Bij een computercursus van Technika 10 ligt de nadruk als altijd op de techniek. De meisjes maken een computer open en bestuderen die, of ze leren zelf programmeren. Ook in die cursus is dus niet gekozen voor het tekstverwerken, maar voor de echte ‘jongensdingen’.
Als het aan Sammy ligt volgt ze alle cursussen bij Technika 10, ongeacht de inhoud. ‘Ik wil alles wel.’ Ook Meredith (9), Lisa (9) en Tiffany (9) willen graag nog een cursus volgen. Hout, metaal, computer, het maakt ze allemaal niets uit. Ze hebben hun deurmat-alarm af. Vol verwachting testen ze hem op de gang. Een meester stapt op de mat en ze bulderen van het lachen: hij doet het.
Technika 10
In het hele land verzorgen Technika 10-clubs cursussen techniek voor meisjes. De cursussen zijn zeer divers. Vaak gaat het om werken met hout, metaal en elektra. In een paar plaatsen in Nederland zijn ook internet- en informaticaclubs. Inmiddels ontdekken meisjes in Amsterdam zonne-energie en in Roermond werken ze met kunststof en repareren ze fietsen. Meestal werken de clubs samen met buurthuizen of scholen.
Het Landelijk Steunpunt Technika 10 ontwikkelt educatief materiaal en opdrachten, begeleidt leidsters en ondersteunt de plaatselijke clubs met kennis en lesmateriaal.
Voor meer informatie:
Landelijk Steunpunt Technika 10, www.technika10.nl, (030) 161 59 80.


