Het Eiland Neus

Reportages, reconstructies
en achtergrondverhalen

31/03/2008 | Maartje | print

journalistiek

Wat? Achtergrondverhalen in alle soorten en maten.
Hoe? Gedegen research, grondig veldwerk en een knappe compositie. Dat kunt u verwachten als u Het Eiland Neus op pad stuurt voor een achtergrondverhaal. In overleg bepalen we de invalshoek en waar nodig een onderzoeksvraag.
Verleden? We schreven eerder consumentenverhalen, reportages en onderzoeksverhalen voor het opinieblad HN Magazine, 0/25 - een vakblad over jeugd- en jongerenwerk en diverse dagbladen, special interest- en publiekstijdschriften.

Reportages, reconstructies en achtergrondverhalen

Voorproefje:

‘Aansluiting bij een kerkgenootschap
is voor veel jongeren een te grote stap’

Alle activiteiten ten spijt, veel jongeren lijken te denken als Joost. De leuke dingen pikken ze mee, zonder dat God één stap dichterbij komt met een weekje kamperen of een duurbetaald uitstapje. De cijfers spreken in dat opzicht boekdelen. Jongeren rekenen zich steeds minder vaak tot een kerk, maar muziekfestivals zoals EO-jongerendag, het Flevo Totaal Festival en het Amsterdamse X-treme-evenement trekken ieder jaar weer meer bezoekers. Dit jaar verwacht de organisatie van de EO-jongerendag ruim 55.000 toeschouwers in de Arena, een recordaantaL Het Flevo Totaal Festival ziet er in augustus op het vierdaags festival meer dan tienduizend tegemoet.

Vincenza la Porta van Youth For Christ, de belangrijkste organisator van het Flevo Totaal Festival, denkt dat het bezoeken van zo’n festival ‘lekker vrijblijvend’ is. ‘Aansluiting bij een kerkgenootschap is voor veel jongeren een te grote stap, denk ik.’

Toch is voor veel niet-gelovigen de drempel erg hoog om naar zo’n uitgesproken religieus evenement te gaan. En aangezien de doelstelling van Youth for Christ nog altijd evangelisatie is, vormt die groep een probleem. Er komen voornamelijk jongeren naar het festival die toch al geloven. ‘Gelukkig durven veel gelovigen tegenwoordig steeds vaker niet-gelovige vrienden en vriendinnen mee te nemen’, vertelt La Porta. Het komt volgens haar wel voor dat jongeren na een bezoek aan het Flevo Totaal Festival in God gaan geloven, maar ze geeft toe dat dat niet vaak gebeurt. ‘Toch blijven sommige niet-gelovigen komen, omdat de sfeer zo goed is.’

Ook de organisatoren van de EO-jongerendag zouden het liefst meer agnosten bekeren, maar ook daar komen hooguit drieduizend niet-gelovigen (6 procent). Wim de Knijff, stafmedewerker van de afdeling Research en Development van de EO, was jarenlang betrokken bij de Ronduitclub en de jeugdprogrammering van de EO. Nu is hij een soort trendwatcher en nauw betrokken bij het festival. ‘We verwachten wel dat het aantal niet-gelovigen dit jaar hoger is dan vorig jaar. Uit straatinterviews blijkt dat als je mensen vraagt naar de grootste evenementen in Nederland, ook niet-gelovigen de EO-jongerendag samen met de Megafestatie het meest noemen.’

Lees Van beatmis naar rappreek helemaal
(een achtergrondverhaal over kerk en jeugd).

Voorproefje:

‘In de categorie ‘taal’ heeft de oppas
dus ook al even niet opgelet’

Ouders kunnen bij elk van die programma’s zelf het niveau van beveiliging instellen. Jurriën is voor deze gelegenheid zeer streng beveiligd. In het zogenaamde ‘hoofdkwartier’, waar de gebruiker alleen met een speciaal wachtwoord naar binnen kan, is vastgelegd wat voor Jurriën al dan niet taboe is: na acht uur ’s avonds is het internet voor hem onbereikbaar, hij kan geen chatchannels en nieuwsgroepen bezoeken en deze week mag hij maar anderhalf uur surfen. Bovendien is ervoor gezorgd dat hij geen persoonlijke gegevens kan doorgeven. Dit laatste om te voorkomen dat hij in handen valt van een virtuele kinderlokker.

Inhoudelijk is voor Jurriën de maximale beveiliging geactiveerd. Dat betekent: geen seks, naakt of godslastering, geen extremisme, geen seksuele voorlichting, schuttingtaal drugs, satanisme of occultisme. Ouders kunnen ook nuances aanbrengen. Zo kan voor iedere kind in het gezin een eigen norm worden vastgelegd. Voor een kind van 10 kan de grens liggen bij ‘niet beledigend taalgebruik; geen godslastering’, terwijl bij zijn broer van 15 het beeld pas op zwart gaat bij ‘zeer vulgair taalgebruik; obscene gebaren’.

Voor Jurriën is de categorie ’seks’ ingesteld op ‘romantiek; geen seks’. De meisjes die nu op Jurriëns beeldscherm prijken, met hun borsten pront vooruit, allerlei hulpstukken inbrengend, zijn er dus doorheen geglipt. En zij zijn niet de enigen. Ook de teksten van cabaretier Hans Teeuwen voldoen niet aan de norm die voor Jurriën is bepaald. ‘Een stijve lul is gemaakt om mee te pompen’, leest Jurriën hardop voor. En: ‘Kotsen in een kut is ‘t mooiste wat er is’. In de categorie ‘taal’ heeft de oppas dus ook al even niet opgelet. Waar het kind verstoken had moeten blijven van seksuele verwijzingen en godslastering, krijgt Jurriën zonder enig haperen Teeuwens bijbelverhaal op het scherm, waarin hij het publiek oproept ‘Jezus bedankt’ te scanderen, omdat die zich mooi wel voor ons aan het kruis heeft laten spijkeren. En: ‘Stel je hangt daar en je krijgt jeuk?’ Jurriën glimlacht.

Lees Virtuele oppas blokkeert seks en schuttingtaal helemaal (een reportage over censuursoftware)

Voorproefje:

‘Wij zeggen altijd: het is
sober maar doelmatig’

Ondanks Luikens kip-en-ei-probleem geeft ook The Learning Company verschillende Nederlandstalige educatieve cd-roms uit, vooral gericht op de thuismarkt. Een van de titels is de Robbie Konijn-serie, een serie educatieve cd-roms bedoeld voor de allerkleinsten tot en met de hoogste klassen van de basisschool. Voordeel van Robbie Konijn als gastheer is dat niet alleen ouders en onderwijzers hun oog zullen laten vallen op de titel, het spreekt ook de kinderen aan, door al die leuke beestjes. Volgens Luiken is dat ook de bedoeling. ‘We passen de figuren aan naarmate de doelgroep ouder is. Bij cd-roms voor kleine kinderen hebben we wollige, ronde figuurtjes. Hoe ouder de kinderen zijn, hoe stoerder de figuurtjes worden. Leerlingen uit de hoogste klassen van de basisschool worden al niet meer rondgeleid door diertjes, maar door menselijke figuren. Dat is de leeftijd dat kinderen diertjes te kinderachtig vinden.’

Omdat het basisonderwijs een belangrijke markt zou kunnen zijn voor educatieve kindersoftware is de overheid indirect een belangrijke afnemer. Na lang talmen heeft de huidige Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Loek Hermans, het budget van scholen voor educatieve software opgeschroefd. Tenminste dat is het plan, de Tweede Kamer moet het nog goedkeuren. Met zo’n 25 miljoen gulden (ruim 450 miljoen Bfr) voor zowel het basis- als het voortgezet onderwijs moet de informatie- en communicatietechnologie in het onderwijs integreren. Voor veertig gulden (730 Bfr) per leerling wil de overheid kinderen ‘zelfstandig’ en, ‘in eigen tempo’ laten leren.

Terecht merkt het ministerie zelf al op dat educatieve software bijdraagt aan ‘betere beschikbaarheid’: met het ernstige lerarentekort als een molensteen om de hals van de overheid zijn computers nu een uitkomst.

Honderd van de ruim achtduizend basisscholen hadden al voldoende computers met redelijke capaciteit; de zogenaamde voorhoedescholen. Zij kregen al jaren meer geld dan de anderen. Maar veel scholen moeten het nog steeds doen met een armzalige 286-er achter in de klas. En daarop kan de meest actuele programmatuur soms niet gedraaid worden, omdat er bijvoorbeeld geen cd-rom drive in zit.

Het bezwaar van uitgevers dat de Nederlandse overheid het onderwijs onvoldoende ondersteunt, wuift Brenda Fidder, woordvoerster van het Ministerie van OCW weg. ‘Het bedrag was tot nu toe wel toereikend. Wij zeggen altijd: het is sober maar doelmatig.’

Lees De educatieve markt voor de kleintjes moet groter helemaal (een achtergrondverhaal over edutainment)

Voorproefje:

‘Het zijn jongensdingen. Bij ons thuis wel.
Ik vraag die dingen altijd aan mijn vader.’

De stichting wil bij jonge meisjes een positieve houding tegenover techniek opwekken. Ook moeten meisjes zelfredzamer en zelfverzekerder worden als het aan de stichting ligt. Ten slotte wil ze meisjes technische vaardigheden en inzichten aanleren. Volgens coördinator Pia van Hijfte van Technika 10 in Amsterdam zijn die doelen alleen bereikbaar als de cursussen strikt voor meisjes blijven. ‘Meisjes zeggen tegen elkaar niet zo snel: ‘Doe jij het maar’. Als er jongens bij zijn, gebeurt zoiets sneller. Ook heb je binnen de kortste keren meer jongens dan meisjes in de groep. Bovendien is onze didactiek totaal gericht op meisjes. Die specifiek op meisjes ontwikkelde spelletjes en opdrachten, en de vormgeving van het lesmateriaal, daar zitten jongens in veel gevallen helemaal niet op te wachten.’ Volgens Brenda Jonker, Technika 10-leidster op De Driemaster, hebben jongens ook een andere werkhouding. ‘Die hebben vaak een air van ‘Dat kan ik al, dat heb ik al eens gedaan’.’

Nagesty zou het helemaal niet erg vinden als er ook jongens op Technika 10 zouden zitten. ‘Het is toch ook voor hen leuk?’, zegt ze. Maar Sammy beaamt dat als er een jongen in de buurt is, ze de technische klusjes toch liever aan hem overlaat. ‘Het zijn jongensdingen. Bij ons thuis wel. Ik vraag die dingen altijd aan mijn vader. Die heeft een technisch beroep. Met computers en zo.’

Lees ‘Mijn moeder is ook niet technisch’ helemaal
(een informatieve reportage over Technika 10)

Het Eiland Neus is gespecialiseerd in achtergrondverhalen. Voor meer informatie kunt u terecht op onze te huur-pagina.

Reageer